achtergrond


DE BEHOEFTE VAN DE GRONINGER KUNSTENAAR

“HET BEGINT MET DE MOGELIJKHEID

JE WERK TE LATEN ZIEN…”

Groningen is een echte City of Talent, je kunt hier fantastisch studeren en je vleugels uitslaan. De stad heeft een sterke kunstacademie met tal van opleidingen in de richting van beeldende kunst en vormgeving. En er is zelfs een masteropleiding. We hebben het Groninger Museum met internationale uitstraling en presentatieplekken zoals NP3, Sign, het Tschumipaviljoen en het CBK. Om nog maar niet te spreken over galeries als Ann’s Art, Pictura en With Tsjalling. Maar is dit aanbod toereikend? Waar heeft de Groninger kunstenaar eigenlijk behoefte aan?

“Groningen vind ik een fijne plek,” vertelt Jimi Kleinbruinink (Groningen, 1987). De kunstenaar studeerde bijna drie jaar geleden af aan Academie Minerva en is tot nu toe in de stad gebleven. “De stad gaat me aan het hart. Vaak wordt gezegd dat als je je werk wilt blijven doen én wilt rondkomen, je als kunstenaar naar de Randstad moet vertrekken. Daar is schaalvergroting, daar zijn meer kunstpodia. In Groningen zijn de kosten laag te houden. Veel van mijn jaargenoten zijn na hun afstuderen meteen naar Amsterdam vertrokken. Omdat de kosten er hoog zijn, hebben ze nu bijna een fulltime bijbaan om rond te kunnen komen waardoor het kunstenaarschap verder weg drijft. Dat wil ik niet.”

NETWERK

Maar de kunstenaar is ook kritisch. “Hier in Groningen presenteren alleen Sign, NP3 en het CBK hedendaagse kunst. Als je het met Amsterdam vergelijkt, zou het mooi zijn als er meer podia zouden zijn.” Zijn behoefte aan presentatieplekken komt voort uit Kleinbruininks behoefte aan zichtbaarheid. Afgelopen najaar presenteerde hij met zijn oud-studiegenoten Mark Bakker en Jan Blank in het CBK. “Als beginnend kunstenaar ben ik op zoek naar plekken waar ik mijn werk aan mensen kan laten zien. De tentoonstelling in het CBK vond ik een fijn project. Het is een mooie ruimte. De hoogte leent zich goed voor mijn grote sculpturen.”

Jimi Kleinbruinink heeft behoefte aan tentoonstellingsplekken om zicht te presenteren, afgelopen najaar exposeerde hij in het CBK

ZICHTBAARHEID

Ook Jocye ter Weele (Sneek, 1988) is op zoek naar deze zichtbaarheid, hoewel haar drijfveren iets anders zijn. “Afgelopen zomer ben ik afgestudeerd. Ik dacht: ‘Oké, ik ben nu klaar, maak kennis met de kunstwereld.’ Voor mijn zichtbaarheid, om mensen te ontmoeten en de kunstwereld te leren kennen. Ik ben op zoek naar een netwerk. Kennismaken met het publiek is hierbij heel belangrijk voor mij. Zo krijg ik terug wat mensen van mijn werk vinden. Tijdens mijn studie kreeg ik voortdurend feedback van docenten en studenten. Om me nu door te ontwikkelen, heb ik publiek nodig. Ik luister naar wat het zegt en ik haal er van alles uit.” Dat de kunstwereld ontdekken nog niet zo makkelijk is, ontdekte Kleinbruinink. “Ik ben nu drie jaar bezig om erachter te komen hoe het werkt, welke podia er zijn en welk type opdrachten. Ik ben nog steeds zoekende.”

NIET GENOEG

Jet van Oosten (Groningen, 1956) is al wat langer afgestudeerd en heeft deze ervaring al wel. “Als je wilt exposeren, moet je er zelf achteraan,” vertelt ze. “Je moet zelf aan de bak. Je vraagt je af waar je werk zou passen. Via contacten kun je vaak meerdere keren exposeren. Dat is belangrijk voor je cv.” In haar korte carrière ontdekte Ter Weele dit ook al. “Tijdens de eindexamenexpositie leerde ik een galeriehouder uit Den Haag kennen. Dat is een goed contact. Ik heb al een keer via hem meegedaan aan een groepsexpositie, hij nodigde me uit voor een beurs waar ik mijn werk kon laten zien en via hem exposeerde ik in het WTC. In mei krijg ik mijn eerste solo-expositie in zijn galerie.” “Maar,” benadrukt Van Oosten, “het is ook belangrijk om nieuwe contacten aan te boren. Het is mooi als je op een plek exposeert die goed is en waar andere kunstenaars exposeren.” Over het klimaat in Groningen is Van Oosten minder enthousiast. “In mijn beleving zijn er minder mogelijkheden dan twintig jaar geleden. Een aantal galeries houdt op te bestaan, subsidiestromen drogen op, geld is er niet. Er is daardoor wel veel eigen initiatief ontstaan, maar je moet het dan wel zelf betalen. Het zou fijn zijn als er meer plekken zijn zoals het CBK en Pictura. Ik exposeer vaak buiten Groningen omdat ik hier niet een plek weet waar dat zou kunnen.”

VERHALENVERTELLER

Lester beperkt zich niet tot een enkele uitingsvorm, maar gebruikt middelen en vormen die zich aandienen. Zo spelen film, muziek en geluid een belangrijke rol in zijn werk. “Ik ben in feite een verhalenverteller, die film heeft gestudeerd. Film is het medium dat alle kunstvormen in zich verenigt: licht, geluid, fotografie, muziek, theater, mode, enzovoort. Doordat ik als filmmaker denk en werk, kan ik met alle mogelijk media werken, zolang het ‘verhaal’ maar wordt verteld.”

FRIESLAND IS BETER

Net zoals Van Oosten vindt de bekende Groninger kunstverzamelaar Ger van Dam het kunstaanbod in Groningen bijzonder mager: “De stad schreeuwt om nieuwe tentoonstellingsplekken voor kleinschalige, niet-commerciële initiatieven. Als je het vergelijkt met andere grote steden, is er hier weinig te doen. Die mening is ook Han Steenbruggen, directeur van museum Belvédère in Heerenveen en voormalig curator moderne kunst van het Groninger Museum toegedaan. Hij vindt dat de infrastructuur van moderne en eigentijdse kunst in Groningen te wensen overlaat. “Die is in Friesland beter. Een aantal gesubsidieerde instellingen in Groningen doet goed werk: Noorderlicht, Sign en NP3. Ook Academie Minerva en Pictura hebben potentie. Het zou goed zijn instellingen als deze volop mogelijkheden te bieden. Nu heb je in Groningen eigenlijk maar één museum dat er toe doet en dat is het Groninger Museum.” Toch heeft dat Groninger Museum volgens Van Dam ook een grote ‘maar’: “Het heeft vooral langlopende exposities van een half jaar. Iemand die regelmatig naar het museum wil, heeft het dan al snel gezien.” Kansen liggen volgens Van Dam bij kleinschalige, kortlopende presentaties. Dat is volgens hem aantrekkelijk voor de stad en geneert herhalingsbezoek.

CONVENANT

Steenbruggen ziet dat het Groninger Museum de aandacht vooral vestigt op nationale en buitenlandse kunstenaars en zich niet erg op de regio richt. Volgens hem liggen daar uitgelezen mogelijkheden voor anderen: podia die met allure de verbinding leggen tussen goede kunst uit de omgeving en het publiek. “Het convenant dat er ooit was tussen het Groninger museum en het CBK – om het museum meer (inter)nationaal en het CBK meer regionaal en nationaal op de kaart te zetten – is vervaagd. Een stevig beleid daarop zou wenselijk zijn.” De museumdirecteur vindt het belangrijk dat er plekken zijn waar rekenschap wordt gegeven aan kunst uit de eigen omgeving en de verbinding wordt gelegd met kunst van elders. “Je moet mensen laten zien wat er in Groningen gebeurt en hoe zich dat verhoudt tot wat elders gebeurt. Dat is stimulerend voor het galeriewezen en voor het geïnteresseerde publiek. Mensen zien hun kunstenaars op goede plekken en raken daarmee vertrouwd. Dat maakt de stap naar een museum of galerie kleiner.” Hij gaat verder: “Groningen moet gaan voor een consistent kwalitatief hoogwaardig programma met een mooie verdeling. Er moet ruimte zijn voor initiatieven die de profilering van de stad op het gebied van cultuur versterken. Kunstinitiatieven zouden onderling goede afspraken moeten maken over tentoonstellingen, waarin de ‘eigen’ kunst – waar dan ook – een sterke positie inneemt. Een levendig cultureel klimaat draagt bij aan de aantrekkingskracht van een stad.”

UITWISSELING

Kleinbruinink ziet hierbij een kans. “Rotterdam heeft veel internationale lijnen. Groningen heeft vanuit de gemeente geloof ik wel een koppeling met Hamburg. De stad trekt veel studenten aan, maar er zijn niet veel connecties naar de buitenwereld.” De kunstenaar oppert een blijvende uitwisseling met bijvoorbeeld Hamburg of Berlijn. “Dat is goed voor de kunstscene,” stelt Kleinbruinink. “De pr in de kunstwereld verloopt vriendschappelijk via contacten met andere kunstenaars. Stel dat Groningen een uitwisseling zou aangaan met Berlijn, dan zouden Groninger kunstenaars, kunstenaars uit Berlijn kunnen ontmoeten en kunstenaars uit Berlijn komen dan weer hier naartoe.”

Ondanks de leemtes die Kleinbruinink ziet, wil hij voorlopig blijven. Ik ben een trotse Groninger en zou hier graag blijven als ik mijn dromen waar kan maken.” Ook Ter Weele wil op dit moment in de stad blijven. Ze moet de kunstwereld hier nog ontdekken, zegt ze. “Ik sta nog aan het begin. Vorig jaar won ik het Coba de Grootstipendium: een geldbedrag, een solotentoonstelling in Museum Martena in Franeker en een catalogus. Met dit geldbedrag kan ik materialen kopen en zorgen voor continuïteit in mijn werk.” “Maar de vraagt blijft altijd: wie betaalt de kunstenaar?,” zegt Kleinbruinink. “Omdat Groningen klein is, kan het inspelen op veranderingen. Interessante kunst gebeurt in de periferie. Het begint met de mogelijkheid je werk te laten zien en dan werkt het als dominostenen.”

Ronald Rooijakkers, m.m.v. Renée Dannis, Ansjelly van Veen en Monica Verhoek

Harry Fierkens

Facebook
Google+
http://kunstenstad.nl/2017/08/01/het-begint-bij-de-presentatie-van-je-werk">
Twitter
YouTube
Pinterest
LinkedIn
MEER KUNST & STAD

Marthe krijgt bewijs van erkenning

Marthe van de Grift heeft het Hendrik de Vriesstipendium 2018 gewonnen in de categorie beeldende kunst. "Het was ergens superraar. Ik wilde er van tevoren niet te veel op hopen, dus toen mijn naam werd genoemd was ik echt overdonderd. Stond ik daar ineens, met een bos bloemen..."

LEES MEER >

Esme in haar nopjes met prijs

Esmé van den Boom heeft het Hendrik de Vries-stipendium 2018 in de categorie literatuur gewonnen. "Het klinkt misschien arrogant, maar ik heb al de hele tijd het gevoel dat ik met een heel goed plan rondloop, dus ik zou er hoe dan ook mee aan de slag gaan. Dat staat vast. Maar natuurlijk liever mét prijs."

LEES MEER >

Finale stripproject nadert

Vanaf 2012 ‘verstripten’ Groninger striptekenaars de ontwikkelingen rond de Grote Markt op verzoek van het CBK. In een Q&A blikten de makers terug op de stripestafette die de afgelopen zes jaar te zien was rond de bouwlocatie aan de Grote Markt...

LEES MEER >

Vrouwelijk naakt in de kunst

In het CBK vond een prikkelende paneldiscussie plaats over vrouwelijk naakt in de kunst. Aanleiding voor het gesprek was de #metoo-discussie van de afgelopen maanden. De vrouw in de kunst is een subject geworden, niet langer een object...

LEES MEER >

Stipendium wekt Wad Indianen tot leven

Koos Buist heeft het Hendrik de Vriesstipendium 2017 gewonnen in de categorie beeldende kunst. Hij won de prijs voor zijn fantasierijke plannen rond de imaginaire Wad Indianen. Op de vraag of Buist gelukkig is met de kansen die het stipendium hem biedt, reageert hij gedecideerd: "Absoluut. Het is een welkome en aangename verrassing..."

LEES MEER >
Meer Kunst & Stad