Verslag


DISCUSSIE OVER VROUWELIJK NAAKT IN DE KUNST IN CBK

DE VROUW IN DE KUNST IS EEN SUBJECT GEWORDEN,

NIET LANGER EEN OBJECT”

Op woensdag 18 april vond in het Centrum Beeldende Kunst (CBK) een prikkelende paneldiscussie plaats over vrouwelijk naakt in de kunst. Aanleiding voor het gesprek, dat onder leiding stond van columnist Rosa Timmer, was De Week van de Kunst op Straat met het thema vrouw en de #metoo-discussie van de afgelopen maanden…

Eén van de panelleden, cultuurhistoricus Léon Hanssen, schreef in het verlengde van deze discussie onlangs een gewaagde opiniebijdrage in dagblad Trouw, waarin hij voor een meer terughoudende kunstbeschouwing pleitte: hoogste tijd voor een #metoo-benadering in de musea. Preuts gedoe vonden zijn tegenstanders die zich massaal roerden op internet. Hij ging erover in gesprek met curator Anna-Rosja Haveman van het Groninger Museum en beeldend kunstenaar Natasja Bennink, wier werk voornamelijk bestaat uit naakten.

Ongemak. Het woord viel al in de eerste minuut en zou de discussie lang domineren. In de nasleep van #metoo overheerste het ongemak: hoe gaan we met deze werkelijkheid om? Hoe benaderen we de kunsten met deze nieuwe inzichten? Curator Anna-Rosja Haveman, die nauw betrokken is bij de totstandkoming van de expositie in het Groninger Museum over David LaChappelle, een kunstenaar met een sterke focus op naakt, heeft zich bij het werk van LaChappelle geen moment ongemakkelijk gevoeld. Daar is het werk volgens haar toch te flatterend voor. Het gaat bij LaChapelle vaak om schoonheid, met mooie lichamen, al ligt de nadruk niet alleen op fysieke aspecten van het lichaam.

Léon Hanssen in gesprek met Natascha Bennink (tweede van links) en Anna-Rosja Haveman (rechts), onder leiding van Rosa Timmer

Schroom
Natasja Bennink, beeldend kunstenaar uit Ezinge, nuanceert om te beginnen het idee van naaktheid. Zij spreekt liever van ongeklede mensen, waarbij je kleding kan zien als een toevoeging. Bennink ziet de menselijke anatomie als haar werkgebied. Het zorgt ervoor dat je met minder schroom naar een lichaam kijkt.

Cultuurhistoricus Léon Hanssen heeft juist de schroom opgezocht en beschreven in zijn opiniestuk en herhaalt nog eens waar het hem werkelijk om te doen was. Hij geeft toe preuts te zijn, ondanks het feit dat hij een echt kind van de jaren zestig is. Toch vindt hij dat een schijnargument: het gaat niet om preutsheid, van hem of in het algemeen, maar om kunst te beschouwen via een gangbare, actuele norm.

Hanssen haalt voorbeelden aan van Breitner en Balthus, twee kunstenaars tegen wie hij niets heeft, maar die toch niet zo onschuldig zijn als ze nu worden gezien. Volgens de cultuurhistoricus, die zichzelf een vrijdenker noemt die ‘rustig van alles zegt zonder het ook echt te vinden’, moet je eerlijk zijn over het werk van dit soort kunstenaars. We zien als voorbeeld een werk van Balthus: op het schilderij zit een jong meisje (is ze 15? 16?) met een opgetrokken been waardoor haar ondergoed zichtbaar is. Een kat likt van een schoteltje melk, op tafel staat een waterkan.

Fallus
Hanssen vindt dat deze voorstelling eigenlijk niet kan: je kunt het schilderij niet zonder erotische achtergrond zien. De kan? Een fallussymbool. De melk? Het is het kostelijke vocht waarvan de kat likt. In zijn woorden een onmiskenbaar seksuele lading. Volgens de cultuurhistoricus zit er een lading in het werk die ons tot voorzichtigheid dwingt: impliciete erotiek is ongepast in een samenleving waarin ook genoeg mensen wonen die er aanstoot aan nemen, met name nieuwe Nederlanders. We hoeven ons niet altijd te laten voorstaan op onze zogenaamde liberale inborst. De zaal is het niet met Hanssen eens. Hij doet zijn jasje uit en stroopt zijn mouwen op.

Aan de hand van voorbeelden als de plasseksposter van Andres Serrano en het werk van Harma Heikens gaan de panelleden en het publiek met elkaar in discussie. Over het algemeen huldigen de aanwezigen het liberale beginsel: veel mag, al is er hier en daar een aarzeling bij vertoning in de openbare ruimte. Goede smaak en zedigheid zijn hierbij niet bepalend: wel de waarom-vraag. Als de plasseksposter er alleen is om aandacht op te eisen voor een expositie, vanwege de vrij geheide tegenstand die het zal oproepen, dan gaat het voorbij aan de bedoeling: dan wordt kunst ingezet om mensen tegen elkaar op te zetten.

Vijgenblad
De discussie van bloot versus preutsheid is al eeuwenoud, stelt Haveman, die kunstgeschiedenis studeerde. Er zijn steeds preutse periodes, waarin bloot wordt bedekt met vijgenblaadjes. Na verloop van tijd verdwijnt dat weer. Het gaat in golven. Zij vindt het belangrijker onderscheid te maken tussen controversiële kunstwerken en kunstenaars. Picasso en Rodin waren viespeuken, daar is men het over eens. Een museum zou dat in het licht van #metoo kunnen duiden: de context is belangrijk. Op die manier kun je als museum maatschappelijke tendensen bevragen en benoemen.

Een bordje erbij met een waarschuwing? Bennink lacht. Dat is volgens haar een heel truttige oplossing. Toch vindt ook zij dat het niet meer de tijd en omstandigheid is om het te verzwijgen of te ontkennen. Zij opteert voor lezingen of een artikel in een catalogus, bij wijze van verdieping. In die context is het bijvoorbeeld belangrijk om ook de verhouding tussen kunstenaar en model te noemen.

Geile bokken
Kwalijk is het volgens Bennink als de verhouding tussen kunstenaar en model scheef gaat, of zelfs discutabel wordt. Jonge meisjes worden te vaak geseksualiseerd. Waarom groeit een kunstenaar niet met zijn modellen mee? Waarom zou een kunstenaar van zestig nog steeds meisjes van achttien nodig hebben om zijn verhaal te vertellen? Schoonheid zit immers niet alleen in leeftijd.

Daar is Hanssen het mee eens. Hij chargeert door te stellen dat veel kunst iets voor geile oude bokken is, omdat er zo’n nadruk ligt op vrouwelijk naakt. Hij vindt om die reden de female gaze een interessante ontwikkeling: door de blik te verplaatsen naar die van de vrouw komt de focus niet langer te liggen op het verlustigen. Hij ziet het als een welkom tegenwicht tegen de mannelijke dominantie in de kunst, met een handelende man tegenover de passieve vrouw, die bovendien gepaard gaat met een stilzwijgende vorm van agressiviteit. Daar zouden we veel kritischer naar mogen kijken.

Female gaze
In de conclusie stellen Haveman en Bennink beiden dat het goed is dat er discussie is ontstaan in de kunstwereld naar aanleiding van #metoo. Volgens Bennink zijn we goed op weg door de vrouwelijke blik centraler te stellen. Het is interessant om vrouwen te zien door de kunstenaarsogen van een vrouw. Die ontwikkeling kan een mooi tegenwicht bieden en daarmee ook de maatschappelijke discussie over #metoo vanuit de kunsten aanzwengelen. De vrouw is niet langer een object in de kunsten, maar meer en meer een subject.

Hanssen is het daarmee eens. Hij ziet bovenal een kans om ook oudere kunst opnieuw te waarderen: door het langs een andere, hedendaagse meetlat te leggen. Volgens hem is het vooral de bedoeling om anders naar kunst te kijken; je eigen positie in ogenschouw te nemen en die te vertalen.

Stefan Nieuwenhuis

Harry Fierkens

Facebook
Google+
http://kunstenstad.nl/2018/04/23/vrouwelijk-naakt-de-kunst">
Twitter
YouTube
Pinterest
LinkedIn
MEER KUNST & STAD

Marthe krijgt bewijs van erkenning

Marthe van de Grift heeft het Hendrik de Vriesstipendium 2018 gewonnen in de categorie beeldende kunst. "Het was ergens superraar. Ik wilde er van tevoren niet te veel op hopen, dus toen mijn naam werd genoemd was ik echt overdonderd. Stond ik daar ineens, met een bos bloemen..."

LEES MEER >

Esme in haar nopjes met prijs

Esmé van den Boom heeft het Hendrik de Vries-stipendium 2018 in de categorie literatuur gewonnen. "Het klinkt misschien arrogant, maar ik heb al de hele tijd het gevoel dat ik met een heel goed plan rondloop, dus ik zou er hoe dan ook mee aan de slag gaan. Dat staat vast. Maar natuurlijk liever mét prijs."

LEES MEER >

Finale stripproject nadert

Vanaf 2012 ‘verstripten’ Groninger striptekenaars de ontwikkelingen rond de Grote Markt op verzoek van het CBK. In een Q&A blikten de makers terug op de stripestafette die de afgelopen zes jaar te zien was rond de bouwlocatie aan de Grote Markt...

LEES MEER >

Stipendium wekt Wad Indianen tot leven

Koos Buist heeft het Hendrik de Vriesstipendium 2017 gewonnen in de categorie beeldende kunst. Hij won de prijs voor zijn fantasierijke plannen rond de imaginaire Wad Indianen. Op de vraag of Buist gelukkig is met de kansen die het stipendium hem biedt, reageert hij gedecideerd: "Absoluut. Het is een welkome en aangename verrassing..."

LEES MEER >
Meer Kunst & Stad